- Locatie
Commissiezaal (Ondernemershuis)
- Voorzitter
- dhr. Schra en dhr. Lobel
- Agenda documenten
Uitzending
Agendapunten
-
Vanaf maandag 27 maart kennen de commissies geen vaste begin- en eindtijden meer voor de bespreking van agendapunten. Hoe laat een bepaald agendapunt aan de orde komt kan dus niet meer worden aangegeven.
-
1
Portefeuillehouder: wethouder Rosier
Voorzitter: dhr. Schra
Spreektijd per fractie: n.v.t.
Spreektijd college: n.v.t.
(totaal maximaal 60 minuten)
De nieuwe Omgevingswet zal naar verwachting in 2019 in werking treden. Deze wet vervangt de tientallen wetten en honderden AmvB’s die nu het omgevingsrecht bepalen. De implementatie van de Omgevingswet is een proces dat vergelijkbaar is met de recente decentralisatieoperatie in het sociaal domein. Gelukkig is hiervoor meer tijd beschikbaar dan destijds bij decentralisaties. De gemeenteraad kan daarom tijdig zijn rol pakken door aan de voorkant van het proces zorgvuldig de ambities voor de invoering van de nieuwe wet te bepalen.
Om de raad hiertoe in staat te stellen is het belangrijk dat de raadsleden voldoende kennis over deze complexe materie krijgen. Een eerste stap is gezet met de informatieavond van 31 januari jl. De toen vertoonde presentaties zijn eerder toegezonden via de dagmail.
In vervolg hierop is een drietal kortere (ca. 50 min.) informatiesessies voorzien tijdens de vergaderingen van de commissie Stad op 20 februari, 27 maart en 18 april. Deze sessies gaan telkens op één specifiek thema in. Er zal een presentatie worden gehouden en er is gelegenheid tot het stellen van vragen en evt. discussie.
Het thema voor de sessie van 20 februari jl. was de verdeling van de bevoegdheden tussen het college en de raad.
De tweede sessie staat in het teken van de veranderende verhoudingen tussen de samenleving en gemeente: hoe worden inwoners en ondernemers betrokken bij visies, concrete projecten (een vergelijking tussen nu en onder de Omgevingswet) en wat moeten inwoners en ondernemers straks zelf doen aan participatie als zij een aanvraag indienen. En wat is de rol van de raad bij participatie/samenspraak.
De reikwijdte van de wet is breder dan alleen ruimtelijke ordening, dus ook woordvoerders op andere beleidsterreinen worden uitgenodigd de bijeenkomst bij te wonen.
-
2
Portefeuillehouder: wethouder Kuiper
Voorzitter: dhr. Lobel
Spreektijd per fractie: 4 minuten
Spreektijd college: 12 minuten
De stukken volgen vrijdag 17 maart 2017 als nazending.
Dit raadsvoorstel omvat een herijking van het besluit renovatie van het Stadhuis uit 2014. Na de besluitvorming over de renovatie van het Stadhuis op 1 december 2014 heeft de raad op 18 juni 2015 ingestemd met het voorlopig ontwerp (voorstel 2015-000188). Na het collegebesluit van 5 januari 2016 (voorstel 2015-001003) over de gunning van het werk, is de raad over het voorafgaande aanbestedingsproces geïnformeerd. Op 5 februari 2016 is de aannemingsovereenkomst met Dura Vermeer getekend. Tijdens de daaropvolgende uitwerkings- en uitvoeringfase hebben diverse ontwikkelingen tot afwijkingen geleid ten opzichte van het oorspronkelijk voorstel waarvoor aanvullende besluiten nodig zijn. Ook de integratie in het Stadhuis van het Centrum LIB (voormalige bibliotheek) en partners en de kosten daarvan vraagt om aanvullende besluiten.
Omdat het Centrum LIB in het Stadhuis is geïntegreerd gaat deze herijking ook in op dit onderdeel. Het betreft de effecten van lagere huurinkomsten van het Centrum LIB en de extra lasten van een benodigd krediet voor het inbouwpakket. Deze onderdelen zijn in het besluit van 2014 niet opgenomen.
Over de renovatie van het Stadhuis is de raad op hoofdlijnen geïnformeerd met kwartaalrapportages. Inmiddels twee jaar na besluitvorming worden de meerjarige financiële gevolgen van mutaties in samenhang aan de raad ter besluitvorming voorgelegd. Het betreft uitbreiding van het programma door toename formatie, vertraging in de planning, extra eenmalige kosten en financieel-technische correcties. Tenslotte wijzigt de energierekening door toepassing van warmtekoude opslag en zonnepanelen. Het energielabel wordt daarmee waarschijnlijk A+, en er wordt nog maar zeer beperkt aardgas gebruikt.
Op 6 maart jl. is voor de eerste maal hierover gesproken in de commissie Samenleving. De vragen en reacties uit de commissie waren aanleiding om het voorstel aan te passen en opnieuw aan de commissie voor te leggen.
Bijlagen